Welkom

Beste Lezer,

Al enige tijd filosofeer ik over zingen. Dat was in eerste instantie voor de Nieuwsbrief van het Roois Gemengd Koor waar ik al lang bij zing.

Ik dacht over dat onderwerp wel wat te vinden in de filosofische literatuur, met name bij fenomenologen, maar dat viel tegen. Over taal is er al veel geschreven door filosofen, ook over muziek is wel gefilosofeerd, vooral over het effect daarvan op luisteraars, maar over het feit dat mensen zingen is nauwelijks iets te vinden. Daarom besloot ik zelf maar te gaan zoeken, denken en schrijven.

Dat heeft geresulteerd in een aanzienlijk aantal stukjes voor de Nieuwsbrief van het koor. Hoewel het denkproces nog niet af is naar mijn gevoel, wilde ik mijn ideeën toch beschikbaar stellen voor een groter publiek. Een boek zit er voorlopig niet in. Het Nederlandstalig publiek is daarvoor te klein en een subsidieaanvraag werd afgewezen. Daarom deze blog.

Ik zal de stukjes die ik schreef in een herziene versie hierop publiceren. Ik hoop dat mensen die op één of andere manier bezig zijn met zingen er wat aan hebben. Ook hoop ik dat mijn gedachten aangevuld worden door lezers vanuit hun eigen deskundigheid. Ik ben geen musicoloog en kwam bij het schrijven ook de grenzen van mijn deskundigheid tegen. Anderen kunnen het denkproces verder helpen, zodat dit een onderneming wordt van meer mensen. Misschien leidt dit ook tot een echte samenwerking.
Als je wil reageren of een stuk wil toevoegen, klik dan op ´reacties´na één van de stukken.

Denk eraan dat deze teksten beschermd zijn door het auteursrecht. Gelieve alleen teksten over te nemen na mijn toestemming. Neem daarvoor met mij contact op.


Als toetje neem ik regelmatig gedichten op bij de afleveringen. Als er geen naam bij staat is het van mezelf.

Op de blog staan de bijdragen in omgekeerde volgorde. In het archief heb je een overzicht in de logische volgorde als je ook de voorgaande maanden opent.

donderdag 24 november 2011

10. Woorden zingen

We hebben in ons koor verschillende nummers op het repertoire waarbij we geen woorden zingen: Bourrée van Bach, Sign van Händel. Bij andere nummers speelt de tekst bij de koorzangers nauwelijks een rol, bijvoorbeeld liederen van Dvořák in het Tsjechisch, de Finlandia-hymne van Sibelius en de Italiaanse schlager Funiculi,funicula.  Daarnaast zijn er nummers waarbij de tekst wel degelijk belangrijk is, bijvoorbeeld de liederen van Elgar, Wach auf van Brahms en voor sommigen (!) ook het oude Tourdion. Het verschilt aanzienlijk per persoon, naargelang van de interesses en de talenkennis. In het licht van de theorie van The Singing Neanderthals  (zie vorige aflevering) interessant om eens stil staan bij de rol die woorden spelen bij het zingen.

“Ooh! Dat gaat me aan het hart”


Volgens het boek van Stephen Mithen zijn spreken en zingen ontstaan uit een klanktaal zonder woorden (de Hmmmm-taal). In die klanktaal was er een directe band tussen de klanken en hun betekenis. Als we ‘Ooh!’ roepen dan heeft die klank op zichzelf een betekenis, afhankelijk van de toon waarop we dit roepen en de gelaatsuitdrukking die erbij hoort: verwondering, bewondering , verbazing of geschokt zijn. ‘Aai!’ roept meteen pijn op. Bij veel mensen van verschillende talen en culturen zijn zulke kreten herkenbaar, hoewel ook daarin verschillen zijn. Het gaat om gevoelens of om waarschuwingen (‘Hé!’).

Woorden hebben meestal niet meestal niet zulke directe betekenis. De klanken van het woord ‘hart’ verwijzen alleen naar een hart omdat wij dat zo leren. In het Italiaans zegt men ‘cuore’, in het Duits ‘Herz’ en dezelfde klanken van ‘hart’ hebben een heel andere betekenis als we ze als ‘hard’ denken en schrijven. ‘Die man is hard, hij heeft geen hart’. Het geheel van de zin waarin we het woord gebruiken geeft mede de betekenis van deze klanken aan.

Uitroepen zoals ‘Ooh’ en ‘Aai’ hebben veel directer een verband met gevoelens dan woorden. Woorden en hun betekenis zijn gevormd door het denken van vele generaties mensen.
Denken en voelen worden dikwijls tegenover elkaar gezet, maar de verwevenheid van klanken en woorden in het zingen wijst erop dat ze nauw met elkaar verweven zijn en in allerlei variaties met elkaar verbonden zijn. Dat zien we goed in de vele variaties van zingen waarbij de woorden zeer verschillend functioneren.

Variaties bij het zingen van woorden


Kinderen zingen soms op een vrije melodie wat zij waarnemen: "mama kookt het eten, lekker lekker eten en dat gaan wij eten, lekker lekker eten…". Ze spelen met woorden en gedachten. Het zingen van de woorden drukt het speels karakter uit. Voor kinderen zit het gewone leven vol gevoel.

Bij de mensen in Afrika kun je dit spelen met woorden terugvinden in de ritmische werkliederen, waarin ook dikwijls hele dagelijkse zaken bezongen worden in voor- en nazang. Daar ligt dan wel het accent op het zingen dat het werk begeleidt. De woorden zijn daarvan een speelse invulling die echter wel zeer betekenisvol kan zijn, omdat ze commentaar bevatten op het leven, op personen en op actuele gebeurtenissen. Ook bij deze mensen is het gevoel nauw verbonden met het dagelijkse leven.

Het zingend reciteren van teksten in kerkdiensten (bijvoorbeeld in de Latijnse ‘prefatie’ van de mis) komt ook dichtbij het eerste zingen van kinderen. Alleen krijgt de tekst daardoor juist een plechtig karakter, door de plaats in een kerkdienst en door de wijze waarop het gebeurt. Het is de vraag of de inhoud van de teksten door ze zingend te reciteren sterker wordt of juist wordt afgezwakt. Ik houdt het op het laatste: door te zingen wordt de tekst geritualiseerd en daardoor komt er meer nadruk op de heiligheid van de tekst dan op zijn inhoud. De woorden worden door de muziek opgetild boven het logische denken uit tot op het niveau van geestelijke gevoelens.

Eenstemmig en meerstemmig


Een volgende stap is een lied dat eenstemmig en duidelijk verstaanbaar gezongen wordt op een eenvoudige melodie, bijvoorbeeld het Wilhelmus. De tekst blijft dan het uitgangspunt maar is al ritmisch en strofisch geschreven naar de muziek toe. De muziek versterkt dat, geeft de tekst meer kleur en maakt dat de tekst gemakkelijk samen gezongen kan worden. Volksliederen en kerkliederen zijn meestal van deze soort.
Soms krijgt de melodie bij zulke liederen mettertijd de overhand, zodat ze belangrijker wordt dan de tekst. Dat is duidelijk bij het Wilhelmus waarin Nederlanders zingen dat zij ‘van Duytsen bloet’ zijn. Bij veel van deze liederen is het samen zingen belangrijker dan wat er gezongen wordt. Het zingen bewerkt een gevoel van samenhoren. 

Als een lied meerstemmig gezongen wordt verdwijnt de betekenis van de tekst bijna steeds en onvermijdelijk naar de achtergrond. Voor toehoorders is de tekst meestal niet meer verstaanbaar en voor de zangers wordt de samenklank dikwijls belangrijker dan de woorden waarop dit gebeurt. Dat is zeker het geval als de verschillende stemmen ook verschillende tekstplaatsing hebben. Het valt mij op dat in ons koor veel mensen lange tijd kunnen bezig zijn met muziekstukken zonder de teksten in vreemde talen te begrijpen. 

Toch kan de tekst vooral voor de zangers nog belangrijk zijn en de interpretatie van de muziek sturen. Dat is duidelijk het geval bij romantische liederen, zoals die van Brahms, Mendelsohn en de Lovesongs van Edward Elgar. Daarom geeft de dirigent dikwijls een vertaling van de tekst of een algemene toelichting over de betekenis. Toch lijkt de interesse van de zangers hiervoor dikwijls beperkt en moet de dirigent er herhaaldelijk op terugkomen om de goede interpretatie te realiseren . De toehoorder van zijn kant moet de tekst erbij halen om te weten wat er gezongen wordt en om de interpretatie van de muziek te waarderen. 

Persoonlijk heb ik er als luisteraar steeds moeite mee om bij zulke liederen tekst en muziek evenwaardig tot hun recht te laten komen, terwijl ik als zanger juist geniet van de eenheid van tekst en muziek. Soms lukt dat wél. Eén van de liederen waarbij de tekst juist volledig tot zijn recht komt vind ik persoonlijk “Über alle Gipfeln” van Alfons Diepenbrock op tekst van Goethe. Hierin worden de gevoelens van de tekst uitzonderlijk geaccentueerd door de muziek. Bijna een ideale eenheid van muziek en woord, van gedachten en gevoelens.

Pop en smartlap


Bij moderne popmuziek vraag je je als buitenstaander af of de tekst er nog wel toe doet, zeker als de muziek 'heavy' is. Ik kan me niet voorstellen dat iemand de tekst bij het zingen verstaat. Toch blijken de fans meestal erg goed te weten waarover de nummers gaan. Dat hebben ze van de tekst die ze elders gelezen hebben. Die speelt mee in hun waardering voor de nummers van de bands.

Opvallend is dat bijna al deze teksten in het Engels zijn. Ook Nederlandse groepen gebruiken dikwijls uitsluitend Engels in hun teksten. De dominantie van de Engelstalige cultuur bij de jeugd en de commercie spelen hierin zeker een rol. Dikwijls wordt ook gesteld dat het Nederlands weinig geschikt is om te zingen, omdat het teveel doffe klanken heeft. Toch lijkt mij dat het vele Engels ook te maken heeft met de kwestie gevoel en denken. Er is in Nederland een hoge drempel om gevoelens te uiten, zeker bij de jeugd. In het Engels kunnen teksten gezongen worden die in het Nederlands niet zouden kunnen omdat ze te sterk gevoelsgeladen zijn. Het Nederlandse ‘levenslied’ hoort bij een bepaald soort zangers of worden met een vette knipoog gebracht door ‘smartlapkoren’.

We kunnen wel zingen op 'dabedabeda' en 'olé, olé, olé', maar al snel voelen we de behoefte om woorden en zinnen te zingen, ook als het alleen maar gaat om de lol van het zingen. Anderzijds grijpt de muziek sterk in op de betekenis van teksten, ze kan ze sterk relativeren, maar ook versterken en meer gevoelsinhoud geven. Zo vinden we in het zingen de complexe relatie die er is tussen woorden en klanken, tussen denken en voelen. Wij zijn niet zomaar zingende apen, in het zingen tonen mensen zich als wezens waarin oude simpele gevoelens een heel nieuwe dimensie krijgen, terwijl ze toch zeer oude wortels hebben.



Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort


Ich fürchte mich so vor der Menschen Wort
Sie sprechen alles so deutlich aus:
Und dieses heißt Hund und jenes heißt Haus
und hier ist Beginn und das Ende is dort.

Mich bangt auch ihr Sinn,
ihr Spiel mit dem Spott,sie wissen alles, was wird und war;
kein Berg ist ihnen mehr wunderbar;
ihr Garten und Gut grenzt grade an Gott.

Ich will immer warnen und wehren: Bleibt fern.
Die Dinge singen hör ich so gern.
Ihr rührt sie an: sie sind starr und stumm.
Ihr bringt mir alle die Dinge um.

Rainer Maria Rilke (1898)


Ik ben zo bang voor het woord van de mensen.
Zij spreken alles zo duidelijk uit:
En dit heet hond en dat heet huis,
en hier is begin en het einde is daar.

Mij beangstigt ook hun denken,
hun spel met de spot,zij weten alles, wat wordt en was;
geen berg is nog een wonder voor hen:
hun tuin en goed grenst direct aan God.

Ik wil blijven vermanen en weerstand geven: Blijf ver.
De dingen zingen hoor ik zo graag.
Gij raakt hen aan: zij zijn star en stom.
Gij maakt mij alle dingen kapot.

Vertaling Theo de Boer

Geen opmerkingen: