Welkom

Beste Lezer,

Al enige tijd filosofeer ik over zingen. Dat was in eerste instantie voor de Nieuwsbrief van het Roois Gemengd Koor waar ik al lang bij zing.

Ik dacht over dat onderwerp wel wat te vinden in de filosofische literatuur, met name bij fenomenologen, maar dat viel tegen. Over taal is er al veel geschreven door filosofen, ook over muziek is wel gefilosofeerd, vooral over het effect daarvan op luisteraars, maar over het feit dat mensen zingen is nauwelijks iets te vinden. Daarom besloot ik zelf maar te gaan zoeken, denken en schrijven.

Dat heeft geresulteerd in een aanzienlijk aantal stukjes voor de Nieuwsbrief van het koor. Hoewel het denkproces nog niet af is naar mijn gevoel, wilde ik mijn ideeën toch beschikbaar stellen voor een groter publiek. Een boek zit er voorlopig niet in. Het Nederlandstalig publiek is daarvoor te klein en een subsidieaanvraag werd afgewezen. Daarom deze blog.

Ik zal de stukjes die ik schreef in een herziene versie hierop publiceren. Ik hoop dat mensen die op één of andere manier bezig zijn met zingen er wat aan hebben. Ook hoop ik dat mijn gedachten aangevuld worden door lezers vanuit hun eigen deskundigheid. Ik ben geen musicoloog en kwam bij het schrijven ook de grenzen van mijn deskundigheid tegen. Anderen kunnen het denkproces verder helpen, zodat dit een onderneming wordt van meer mensen. Misschien leidt dit ook tot een echte samenwerking.
Als je wil reageren of een stuk wil toevoegen, klik dan op ´reacties´na één van de stukken.

Denk eraan dat deze teksten beschermd zijn door het auteursrecht. Gelieve alleen teksten over te nemen na mijn toestemming. Neem daarvoor met mij contact op.


Als toetje neem ik regelmatig gedichten op bij de afleveringen. Als er geen naam bij staat is het van mezelf.

Op de blog staan de bijdragen in omgekeerde volgorde. In het archief heb je een overzicht in de logische volgorde als je ook de voorgaande maanden opent.

zaterdag 19 november 2011

8. De kracht van het ritme


In Musicofilia herneemt Oliver Sacks kort een verhaal over een ongeval dat hij had in Noorwegen en waarover hij ook een boek schreef: Een been om op te staan.

Steunend ritme

 Oliver Sacks vertelt hoe hij na een klimongeval in de bergen zich naar beneden moest ‘roeien’over de losse keien. Het ritme van het Lied van de Wolgaslepers hielp hem daarbij aanzienlijk, de maat van het lied gaf hem de nodige kracht en maakte het veel minder beangstigend. Na de genezing van de gescheurde pees moest hij opnieuw leren lopen. Het been functioneerde niet meer, het was als een vreemd voorwerp. Het lukte niet om het been te laten doen wat hij wilde, tot hij op een dag het vioolconcert van Mendelsohn opzette . Toen die muziek door hem heen speelde bij zijn looppogingen, vond hij het natuurlijk ritme en de melodie van het lopen terug. 

Later constateerde Sacks dat bij een patiënte na langdurig herstel van een heupfractuur, de vrouw haar been weer leerde gebruiken met de steun van dansmelodietjes en ritmische muziek.
Dit sluit aan hij de hypothese van antropoloog Steven Mithen in The Singing Neanderthals dat het menselijk ritmegevoel ontstaan is bij het rechtoplopen van de mens en later uitgegroeid is tot ritmische klanken en tot zingen. Zie daarvoor de volgende aflevering.

In onze tijd gebruiken sporters muziek om hun prestaties te steunen en op te drijven. De moderne techniek – de ipod – heeft daarbij nieuwe mogelijkheden gecreëerd. Soms speelt het ritme van de muziek alleen mee in het hoofd van de sporter. Als je rent of zwemt merk je dikwijls dat je een bepaald ritme in je bewegingen herkent, dat je voortdrijft.

Ritme geeft structuur

 Het ritme van de muziek kan volgens Sacks nog meer effecten hebben. Hij vertelt over een man die door een vorm van Alzheimer ook gewone voorwerpen niet meer kon herkennen of benoemen. Eens hield hij zijn eigen vrouw voor een hoed (een bekend verhaal en titel van een ander boek). Het lukt hem echter moeiteloos zich aan te kleden als zijn kleren op hun plaats lagen en als hij dit al zingend deed. Met eetliedjes, aankleedliedjes, badliedjes, enz…kon hij van alles, maar als hij daarbij gestoord werd raakte hij de draad kwijt en kwam tot stilstand.

Iedereen heeft al wel ervaren hoe liedjes een geheugensteun kunnen zijn om het alfabet, getallenreeksen en andere lijstjes te onthouden. Vooral bij autistische of geestelijk gehandicapten kunnen liedjes een grote steun zijn om bepaalde handelingen uit te voeren. Muziek kan handelingsreeksen inbedden, ook wanneer woorden en andere vormen van organisatie dat niet doen.
Een studente viel haar docent op door opvallende letterlijke weergave van stukken uit studieboeken en uit hoorcolleges. Ze bleek alles te kunnen onthouden door het op muziek te zetten. Ze zong tot verbazing van haar prof hele stukken uit zijn colleges.

Sacks wijst erop dat het op muziek zetten van woorden een grote rol heeft gespeeld in schriftloze culturen bij de mondelinge traditie van poëzie, verhalen en gebeden. De Ilias  en de Odyssee waren een succes omdat rijm en ritme hadden en zo voorgedragen werden. Mensen werden meegesleept door de stroom van melodie en vers. Dat verklaart de vele herhalingen in deze teksten en de omslachtigheid van de taal en het verhaal, die in onze vertalingen nauwelijks nog te genieten zijn. Hetzelfde geldt voor de Koran, die daardoor alleen in zijn oorspronkelijke taal en in mondelinge voordracht tot zijn recht komt. Ook veel bijbelteksten zijn op deze wijze gedurende eeuwen mondeling overgeleverd, dikwijls zeer letterlijk.

Sacks stelt: “Het inbedden van woorden, vaardigheden of reeksen in melodie en metrum is uniek menselijk. Het nut van zo’n vermogen om zich grote hoeveelheden informatie te herinneren, vooral in een cultuur zonder schrift, is ongetwijfeld een van de redenen waarom muzikale vaardigheden het in onze soort zo goed hebben gedaan.”

Ritme verbindt

Maar ritme is nog fundamenteler. Mensen hebben blijkbaar een universele en onbewuste neiging om een ritme op te leggen, zelfs als we een reeks identieke geluiden met constante intervallen horen. De regelmatige tik van een klok horen we als ‘tik-tak, tik-tak’ en we hebben de neiging een soort melodie toe te voegen aan het geluid van een trein. Het is alsof we een eigen patroon aan de geluiden moeten opleggen, zelfs als er geen objectief patroon aanwezig is.

Sacks citeert een onderzoeker die stelt dat er in elke cultuur wel een vorm van muziek is met een regelmatig ritme, een periodieke maatslag die coördinatie tussen spelers mogelijk maakt en gezamenlijk reacties van toehoorders uitlokt. Het ritme van de muziek brengt mensen samen en bindt hen aan elkaar. Dat is een functie van de muziek vanaf de oertijd. 

Sacks stelt: “Ritme verandert toehoorders in deelnemers, maakt luisteren actief en motorisch en synchroniseert de hersenen en geesten (en, omdat muziek altijd met emotie verweven is, de ‘harten’) van allen die meedoen. Het is bijzonder moeilijk om afstandelijk te blijven, weerstand te bieden aan de aantrekkingskracht van het zingen of dansen…
De haast onweerstaanbare macht van ritme komt in tal van andere verbanden naar voren: bij het marcheren, waar het zowel dient om beweging met zich mee te brengen en te coördineren als om een collectieve en misschien strijdlustige opwinding aan te wakkeren. We zien het niet alleen bij militaire muziek en krijgsgetrommel, maar ook bij het langzame, plechtige ritme van een treurmars. We zien het bij werkliedjes van iedere soort: ritmische liedjes die waarschijnlijk bij het begin van de landbouw zijn ontstaan, toen bodembewerking, schoffelen en dorsen allemaal gecombineerde en gesynchroniseerde inspanningen van een groep mensen vereisten. 
Ritme en het feit dat het beweging (en vaak emotie) met zich meebrengt, dat het zowel lichaams- als gemoedsbeweging bij mensen oproept, kan wel eens een cruciale culturele en economische functie in de menselijke evolutie hebben gehad, door mensen samen te brengen en een gevoel van collectiviteit en gemeenschap teweeg te brengen.”

Sacks verwijst met instemming naar een wetenschapper die stelt dat de nabootsing (mimesis) zeer belangrijk is geweest in de menselijke evolutie, het vermogen tot uitbeelden van emoties, externe gebeurtenissen of verhalen met alleen gebaren en houding, beweging en geluid, maar zonder taal. Gedurende honderdduizenden jaren hebben mensen in deze ‘mimetische’cultuur geleefd en nog altijd is dit het fundament van de menselijke cultuur. In deze cultuur speelt ritme een cruciale rol, het draagt en begeleidt elke nabootsing. 
Ritmische vaardigheid is niet alleen een eerste vereiste voor muziek, maar ook voor alle non-verbale activiteiten, van de simpelste ritmische patronen van het boerenleven tot de ingewikkeldste sociale en rituele gedragsvormen. 

Sacks besluit met een vergelijking. In ons brein worden allerlei waarnemingen gebundeld tot één ervaring, beeld, geluid, geur en emotie komen samen bij het zien van een rijpe tomaat. Het ritme zorgt ervoor dat op gelijkaardige wijze de individuele zenuwstelsels gebundeld worden tot een menselijke gemeenschap.

Dat gebeurt bij uitstek als we samen zingen. Door het ritme van de muziek stemmen we ons op elkaar af en vormen we een eenheid die dieper gaat dan we ons bewust zijn. Dat gebeurt bij alle muziek, maar is vooral sterk bij moderne popmuziek, want daar is het ritme allesbeheersend en ook erop gericht het publiek mee te slepen. Het is opvallend dat daarbij dikwijls ook drank en drugs horen die het bewustzijn verzwakken en het effect van het ritme nog kunnen versterken. 

Dit kan wel in spanning komen met bewustzijn en persoonlijke keuzes. Voor jonge mensen in onze hectische moderne cultuur kan het een tegengewicht vormen. Wie logisch denken en bewustzijn belangrijk vindt kan er zijn bedenkingen bij hebben. Het verschil in ritme kan wel een verklaring geven voor de kloof die er is tussen klassieke zang en de meeste popmuziek. In het licht van het voorgaande mogen we dit misschien een fundamentele cultuurbreuk noemen.

Geen opmerkingen: