Welkom

Beste Lezer,

Al enige tijd filosofeer ik over zingen. Dat was in eerste instantie voor de Nieuwsbrief van het Roois Gemengd Koor waar ik al lang bij zing.

Ik dacht over dat onderwerp wel wat te vinden in de filosofische literatuur, met name bij fenomenologen, maar dat viel tegen. Over taal is er al veel geschreven door filosofen, ook over muziek is wel gefilosofeerd, vooral over het effect daarvan op luisteraars, maar over het feit dat mensen zingen is nauwelijks iets te vinden. Daarom besloot ik zelf maar te gaan zoeken, denken en schrijven.

Dat heeft geresulteerd in een aanzienlijk aantal stukjes voor de Nieuwsbrief van het koor. Hoewel het denkproces nog niet af is naar mijn gevoel, wilde ik mijn ideeën toch beschikbaar stellen voor een groter publiek. Een boek zit er voorlopig niet in. Het Nederlandstalig publiek is daarvoor te klein en een subsidieaanvraag werd afgewezen. Daarom deze blog.

Ik zal de stukjes die ik schreef in een herziene versie hierop publiceren. Ik hoop dat mensen die op één of andere manier bezig zijn met zingen er wat aan hebben. Ook hoop ik dat mijn gedachten aangevuld worden door lezers vanuit hun eigen deskundigheid. Ik ben geen musicoloog en kwam bij het schrijven ook de grenzen van mijn deskundigheid tegen. Anderen kunnen het denkproces verder helpen, zodat dit een onderneming wordt van meer mensen. Misschien leidt dit ook tot een echte samenwerking.
Als je wil reageren of een stuk wil toevoegen, klik dan op ´reacties´na één van de stukken.

Denk eraan dat deze teksten beschermd zijn door het auteursrecht. Gelieve alleen teksten over te nemen na mijn toestemming. Neem daarvoor met mij contact op.


Als toetje neem ik regelmatig gedichten op bij de afleveringen. Als er geen naam bij staat is het van mezelf.

Op de blog staan de bijdragen in omgekeerde volgorde. In het archief heb je een overzicht in de logische volgorde als je ook de voorgaande maanden opent.

maandag 28 november 2011

12. Het zingende ik

Er is nog meer te zeggen over de relatie tussen spreken en zingen dan in de voorgaande afleveringen aan bod kwam. Dat komt later nog wel eens. Nu eerst twee afleveringen over de relatie tussen zingen en de eigen identiteit van mensen. Oliver Sacks blijft me daarbij inspireren. Dit keer nog eens met zijn boek Musicofilia.

Jezelf zingend terugvinden

 “Het gaat me heel goed; ik heb mijn verstandelijk vermogens verloren, maar ik maak het uitstekend.” Dat was het antwoord op de vraag hoe het met hem ging van een bekend schrijver en filosoof (Ralph Waldo Emerson) nadat hij dement was geworden.
Dat kun je in min of meerdere mate ook zeggen van bepaalde muzikanten die dement geworden zijn, maar verder nog uitstekend muziek kunnen maken en daarin helemaal opleven. Oliver Sacks vertelt over Woody Geist, die gedurende 40 jaar optrad met een acapella-zanggroep. Op zijn negentigste was hij diep dement: hij herinnerde zich vrijwel niets meer van zijn leven, waar hij nu woonde en wat hij tien minuten geleden deed, maar als hij eenmaal op het podium was gezet zong hij nog prachtig en herinnerde zich alle partijen en woorden. Als hij met zijn vrouw en dochter meerstemmige liedjes zong die ze vroeger altijd al gezongen hadden, dan vertoonde hij alle uitdrukkingen, emoties en houdingen die pasten bij de liederen en bij het zingen in een groep: hij wendde zich naar de anderen en speelde op hen in. 

Saks beschrijft een gelijkaardig gebeuren bij muziektherapie voor demente bejaarden, zij het op een eenvoudiger niveau:
“Het is verbluffend om te zien hoe niet sprekende, geïsoleerde, verwarde mensen muziek als iets vertrouwds herkennen, geïnteresseerd raken, en beginnen te zingen, een band met een therapeut beginnen op te bouwen. Een nog verbluffender gezicht is een tiental zwaar dementen – allemaal in een eigen wereld of niet-wereld, ogenschijnlijk niet in staat tot samenhangende reacties, laat staan interacties – en hun respons op de aanwezigheid van een muziektherapeut die muziek voor hen begint te spelen. Er is een plotselinge aandacht: tien paar verwarde ogen vestigen zich op de speler. Apathische patiënten worden attent en opmerkzaam, geagiteerde kalmer…
Vertrouwde muziek fungeert als een soort … geheugenmiddel dat emoties en associaties oproept die al lang vergeten waren, en de patiënt weer toegang geeft tot stemmingen en herinneringen, gedachten en werelden die ogenschijnlijk volkomen verloren waren gegaan. Gezichten krijgen uitdrukking wanneer oude muziek wordt herkend en de emotionele kracht ervan wordt gevoeld. Een paar mensen beginnen misschien mee te zingen, anderen vallen in, en algauw is de hele groep – waarvan velen voordien praktisch stom waren geweest – samen aan het zingen, voorzover ze het kunnen.”

Muziek en vooral het zingen van oude bekende liedjes blijkt mensen weer bij zichzelf te kunnen brengen, weer in contact te kunnen brengen met de persoon die ze zijn en met mensen om hen heen, terwijl ze zichzelf verder verloren zijn in dementie. Als verder het ik verloren is gegaan door het verlies van de hele eigen levensgeschiedenis en de kennis van de wereld, blijkt muziek soms nog de enige deur tot dit ik. 

Een dieper ik

 Sacks: “De waarneming en muziek en de emoties die erdoor kunnen worden opgeroepen, hangen niet alleen van het geheugen af, en muziek hoeft niet bekend te zijn om haar emotionele kracht uit te oefenen. Ik heb diep demente patiënten zien huilen of beven bij het luisteren naar muziek die ze nog nooit hebben gehoord, en ik denk dat ze het hele scala van gevoelens kunnen ervaren dat de rest van ons ervaart, en dat dementie, althans op zulke momenten, geen belemmering voor emotionele diepgang is. Als je zulke reacties eenmaal hebt gezien, weet je dat er nog altijd een ik is dat kan worden aangesproken, ook al kan dat aanspreken uitsluiten en alleen gebeuren door muziek.”

Zo blijkt bij demente mensen de zeer nauwe band tussen muziek en het ik van mensen. Wij brengen de eigenheid van het ik meestal in eerste instantie in verband met eigen opvattingen van mensen en hun intellectuele capaciteiten. Bij dementen blijkt echter dat het ik dieper en blijvender beleefd wordt in zingen en andere muziek. De gevoelens die we bij het zingen beleven zijn nauwer verbonden met ons eigen ik dan de woorden die we zingen of spreken en de gedachten en meningen die in het leven en in de maatschappij voorop lijken te staan.  Ons ik is ten diepste een zingend ik.



Mr. Tambourine man

Zing me een liedje, zanger,
zing over wat voorbijgaat
en zet er een muziekje onder
dan duurt het langer.

Zing me een liedje, zanger,
en zeg dat het over mij gaat.
Zing over tien zandkorrels en de passaat,
en zeg dat het over mij gaat.

Ik ben al je onderwerpen, zanger,
kies er maar één.
Ik ga mee tot je laatste strofe
en dan blijf ik weer alleen.

Herman De Coninck
Uit: De gedichten, Amsterdam/Antwerpen 1998

Geen opmerkingen: